Kinderen worden als ruwe diamanten geboren,
het vereist vakmanschap om hen tot een
schitterend juweel te maken.
Assunta
Kinderen worden als ruwe diamanten geboren,
het vereist vakmanschap om hen tot een
schitterend juweel te maken.
Assunta
‘GEEN KIND ZO COULANT BEHANDELD ALS DEZE JONGEN’.
– zie onder media: Volkskrant 31 augustus 2010 pg. 20—
Met bijna drie jaar gaat A naar de peuterspeelzaal van de Vrije School in Rotterdam. A tekent dan figuratief en is dus zijn leeftijd ver vooruit. Praten doet hij behalve een enkel woord niet. Het tekenen wordt verboden aangezien dit slecht voor zijn ontwikkeling zou zijn, hij moet met bijenwas op papier gaan krassen. Al snel eet A ’s morgens niet meer. Ik zeg steeds eet je boterhammetje op anders kan je niet naar school, vervolgens volslagen inconsequent hem toch brengend.
Op het consultatiebureau uit ik mijn zorgen over zijn niet praten. Er volgen wat testjes. Reactie arts: ‘maak je geen zorgen. Ik ken die types, hij loopt erg voor en deze gaat ineens in hele volzinnen praten.' A moet van de peuterspeelzaal af vanwege vermeend autisme en agressie en ik word geadviseerd naar het Riagg te gaan. Op de dag dat A hoort dat hij niet meer teruggaat naar het schooltje eet hij normaal zijn ontbijt. De agressie blijkt later herkenbaar gedrag van mij hoe ik onze pup corrigeer (een zeer stevige waakhond in spé die ter correctie in zijn nekvel wordt gepakt.) Tijdens de vakantie gaat A inderdaad in volzinnen praten. De afspraak met het Riagg staat gepland.
Na de zomervakantie mag hij op de naburige Jenaplan peuterspeelzaal op proef starten. Even daarna is de 1e afspraak bij het Riagg. Die zien niets vreemds en vragen het schooltje een observatieformulier in te vullen. School weigert, ‘je lijkt wel gek. Niets mis met dit kind. Sterker nog, hij is erg voor met puzzelen en constructiematerialen’. Ook ‘vadert’ hij over anderen als ze iets niet kunnen of begrijpen. Geen spoortje agressie. (Uiteraard heb ik A wel uitgelegd waarom ik bij de pup doe wat ik doe en dat dat alleen door volwassenen bij honden kan.) De nieuwe school wil het formulier niet invullen, aangezien ze niet willen meewerken een dossier op te bouwen van een kind waar niets mis mee is. Contact Riagg beëindigd. A happy huppelend naar school.
Omdat hij snel door alle speelgoed gaat mag hij versneld naar groep 1 van de Jenaplanschool. Het betreft een nieuwe startgroep en er zijn nauwelijks oudere kinderen. Juf, net van de Pabo, zegt na enkele maanden niet goed meer te weten wat ze A moet geven. Alle materiaal uit haar groep is op en ze leent al van andere groepen. A verandert van een fijn kind in een lastig tegendraads kind. Juf neemt van huis leerzame cd’s mee zodat A op de computer kan werken. Dan heeft ze geen kind aan hem en werkt hij geconcentreerd. Ook mag hij puzzels op zijn kop maken zodat ze toch nog wat uitdaging bieden. Tegen de druk van het team in (ze is immers nog onervaren) probeert ze A ‘op te krikken’. Ze doet werkelijk haar stinkende best. Het team vindt dat hij beter nog wat in de blokkenhoek op de gang kan spelen.
Op TV is een uitzending van Facta over hoogbegaafdheid. Ik herken stukken schoolgeschiedenis van mijn dochters. Bel vermeld nummer en heb een lang gesprek met Drs. v. d. Heuvel, pedagoge. Zij adviseert me A te laten testen. Aangezien mijn jongste dochter in Leiden studeert en om de hoek bij de neuropsycholoog Schillhorn van Veen woont valt de keus op hem. Uitslag van de IQ test 128. Hij adviseert A versneld onder oudere kinderen te brengen ten gunste van zijn sociaal emotionele ontwikkeling. Tevens raadt hij aan A over 2 jaar weer te laten testen omdat hij dan een hogere score verwacht. Dit gezien de onderdelen waar A nu hoog op scoort.
Huiverend en met tranen in haar ogen gaat de nieuwe juf op proef akkoord. A zou te kwetsbaar en verlegen zijn en ze is oprecht bezorgd. Ik eigenlijk ook en doe met eveneens vochtige ogen mijn best overtuigend over te komen. Schillhorn beweert dat hoger plaatsen juist nodig is om de problemen over te laten gaan. Binnen een week zijn we allemaal enthousiast over de grote verandering bij A. Hij is niet meer verlegen en neemt zittend op het puntje van zijn stoel aan de kringgesprekken deel. Hij blijkt actief, assertief en weer valt het woord vaderlijk.
Als A bij een vriendje is wezen spelen (de ouder is psycholoog) krijg ik het advies voor hem een Maan-Roos-Vis boekje te kopen. (Ik stam nog uit de tijd van Aap,noot mies – en ook dat leek mij een beetje voorbarig)Binnen drie dagen zat ik in de bieb want 2 boekjes per dag kopen vond ik toch wat zondegeld…. A is uit zichzelf gaan lezen. Ook blijkt hij enkele rekentafels te kennen. Opgepikt tijdens zijn spelen in de blokkenhoek als de deur van groep ? open stond. Afspraak is dat A na de vakantie versneld naar groep 3 gaat.
Zomer 1998 verhuis ik van Rotterdam naar Drenthe alwaar A nog voor de feitelijke verhuizing het dorpsschooltje bezoekt. Zijn oude school schrijft een brief voor de nieuwe school met het advies hem toch vooral uit te dagen. Ze spreekt haar verontrusting uit over klassikaal onderwijs voor hem. De ‘dorpsjuf’, die voor orthopedagoge studeert, is onder de indruk van A’s leervermogen. Echter, hij kan niet wennen aan de ‘Duits’ sprekende kinderen, hoe hard de westerse juf ook haar best doet om hem op zijn gemak te stellen. In overleg komen we tot de conclusie dat het waarschijnlijk een minder grote overgang voor hem is in Emmen naar school te gaan. Hij krijgt voor de rest van onze verhuis/verbouwperiode een pakket leesboekjes mee.
Nog steeds voorafgaand aan onze werkelijke verhuizing draait A een of twee weken op proef mee op de openbare Montessorischool in een combi 3-4 groep. School zegt kennis te hebben van hoogbegaafdheid en contacten met Facta en Pharos te onderhouden. Ik blij. Men kon mij toen nog van alles wijsmaken. Alweer is men onder de indruk. Hij rekent (5jr oud) met de groep 5 materialen. School belooft de adviezen van Schillhorn op te volgen. Niettemin blijkt A bij de definitieve plaatsing in een groep 1-2 groep geplaatst te zijn. Was hij reeds gewend met de bus naar gymnastiek te gaan en op het schoolplein te spelen, nu moet hij achter een lijntje in de zandbak spelen. Vervolgens moet hij schuurpapieren letters en cijfers gaan voelen, terwijl hij 2 scholen terug al in boekjes las en de maand ervoor met groep 5 rekenmateriaal mocht werken!!! School wil er echter zeker van zijn dat hij niets mist…. Zijn kleine lappenpopje dat hij in zijn zak draagt moet hij echter wel inleveren ‘daar zijn wij hier te groot voor’. A wordt erg stilletjes, kribbig en maakt een verdrietige indruk.
Na …tig keer soebatten blijkt de ware reden dat hij niet naar de groep 3-4 mag. Een ouderpaar wil dit niet uit angst dat er op hun zoon geleund gaat worden?!?! Aangezien de school hier zonder slag of stoot gevolg aan geeft is voor mij dan de maat vol. En nee, ik hoef me niets te verbeelden, want de tandarts had ook brieven geschreven om zijn zoon in die klas geplaatst te krijgen en die was het ook niet gelukt. Wat van dat laatste waar is weet ik niet aangezien het zich voor mijn verhuizing naar Emmen voorgedaan zou hebben. Verontwaardigd dat er dus nog niets veranderd is, verneem ik via een huisarts dat vrij recent 18 kinderen uit onvrede van het (dan nog) kleine schooltje zijn gehaald. Ik volg.
Het wordt de RK Mgr. Bekkers Jenaplanschool waar A in groep 3 geplaatst wordt. Daar zijn diverse gesprekken aan vooraf gegaan. Met directeur én team omdat ik er verzekerd van wil zijn dat men echt bereid is de schriftelijke adviezen op te volgen. School belooft aanmelding bij het zorgteam en zich te gaan verdiepen in de hb problematiek. A leeft onmiddellijk op en neemt enthousiast aan alles deel. Ik waarschuw de school: nú direct de beloftes waarmaken en de begeleiding starten. ‘Nonsens, het gaat hartstikke goed’. Nee, niet weer hè…..
Al snel begint A zich te vervelen en moet/mag anderen helpen die achterblijven. Ook iets extra’s voor hemzelf zit er niet in. A wordt stil, ongeïnteresseerd, dwars en trekt zich helemaal in zichzelf terug. De SABD wordt ingeschakeld die hulp aanbiedt en aan de hand van het boek van Drs. Drent een handelingsplan wil opstellen. Er wordt benadrukt vooral het stampwerk niet te vergeten aangezien ‘die types weglopen voor kruierswerk’. Het is de toon die de muziek maakt. A is dan zes jaar. De school wijst de hulp af. Ik krijg de indruk dat zijn vaste juf dat jammer vindt, ondanks haar dapper ‘ik red me wel’.
Er volgt een gesprek met de IB’er. De problemen komen immers doordat ik als oudere moeder mijn (eerste) enigst kind te veel wil beschermen. Oh? – ik ben dan net een half jaar voor het eerst oma- Nou vooruit dan komt het omdat ik Rotterdam uitgevlucht ben. Pardon? Hij mist zijn vader na de scheiding?? Die komt iedere 14 dagen 2½ dag logeren en is dan voor 100% beschikbaar; meer dan menig kind ooit meemaakt. Oh maar dan ziet hij hem te vaak en dat is verwarrend…... Vervolgens is alles onzin aangezien hij met 128 punten niet hoogbegaafd is. Dit alles binnen 5 minuten in één gesprek. En NEE dit verzin ik niet.
Het gaat steeds slechter met A en ik zoek contact met het CBO voor hulp op school. Men wil snel testen en geeft het advies bijvoorbeeld Drs. Drent of Drs. Guyt voor school te benaderen. Bij het horen van mijn inkomen is de reeds op datum afgesproken test plots overbodig en kan ik beter naar Facta gaan. De fl. 250.- voor het pruladvies (= vraag Drent voor school) ben ik kwijt.
In die periode geeft Sylvia Drent een lezing in Leeuwarden. De IB’er en ik gaan er samen heen. De IB’ er is verbaasd, geïnteresseerd en enthousiast. Dat geldt ook voor mijzelf. Ik haal Drent naar Drenthe voor een lezing en aansluitend maakt zij met het team een handelingsplan voor A. (op mijn kosten) Aan mij geeft zij het advies A zo snel mogelijk te laten testen voordat hij (meer) gaat onderpresteren en hij straks ‘onherkenbaar’ is geworden. Ik weet niet meer op grond waarvan zij onderpresteren vermoedde. Zijzelf test dan (nog) niet en is (nog) geen lid van het NIP. We komen op de wachtlijst bij Facta.
De school evalueert telefonisch met Drent de door haar gegeven adviezen met betrekking tot het verbredingsmateriaal. A ontkent echter het materiaal aangeboden te hebben gekregen. Hij wordt steeds vaker ziek en ziet er afgemat en zielig uit. Tijdens de kringgesprekken draait hij zijn rug naar de groep. Zwijgend ligt hij (op school) in alles dwars. Spugen, hoofdpijn, buikpijn en onverklaarbare koorts wisselen elkaar af. De huisarts is boos: ‘in 10 jaar is er verdikkeme nog niets veranderd’ en hij vertelt over zijn eigen kinderen. Als het nodig is zal hij een ziekverklaring afgeven en mij verwijst hij naar… en… en… Sorry dokter, allemaal al geprobeerd…..
Ik roep de hulp van de leerplichtambtenaar in die voorstelt samen de school te bezoeken. Hij zal dan voor een gespreksverslag zorgen. Al gauw wordt duidelijk dat de school het telefonisch met Drent geëvalueerde pakket, waar A zo goed op reageerde, niet eens in huis heeft!! Drent geeft op schrift aan op deze manier een school niet te kunnen begeleiden. De directeur is beschaamd verbijsterd en de leerplichtambtenaar goed boos. Ik mag A thuis houden. We gaan op zoek naar een school die past, voor eens en altijd; ‘het gesol met dat kind moet afgelopen zijn’, aldus de leerplichtambtenaar. Of ik A met spoed kan laten testen. De leerplichtambtenaar eist dat de Mgr.B school betaalt. Het wordt uiteindelijk ieder de helft.
Als we (de leerplichtambtenaar en ik) na maanden uiteindelijk een particulier schooltje gevonden hebben dat passend lijkt, zegt de directeur toe mee te willen werken aan een detacheringplan.
Het bureau van rechtshulp wijst op de route van wanprestatie, doch dat lijkt dus niet nodig.
Het door de leerplichtambtenaar beloofde gespreksverslag blijft uit. Pas veel later meen ik te weten waarom. Als mijn advocaat het concept detacheringplan klaar heeft grijpt de voorzitter van het bestuur van de Mgr.B school in; ‘Dit had de niet competente en bevoegde directeur nooit mogen beloven’. ..tja, letterlijk…Jaren, jaren later kom ik er achter dat die voorzitter ook de gemeentelijk raadsgriffier is. In het telefonisch gesprek waartoe hij mij in 2000 schriftelijk uitnodigt weet hij nog te melden dat ik me geen illusies hoef te maken, hij is jurist.
Ondertussen thuis zit A uren achter de piano. A neemt op de vleugel van de muziekschool deel aan een uitvoering. Een technisch knap moeilijk stuk voor zijn leeftijd wordt technisch goed gespeeld, waarbij de toetsen zowat van de vleugel vliegen. Hij kan niet bij de pedalen maar het geluid is er niet minder om. A krijgt van een lachend publiek een klinkend applaus. De pianoleraar zegt geen les meer te geven. ‘Dat ventje is puur met een overlevingstocht bezig en daar wil ik best bij helpen maar pianoles mag je het niet noemen.’
Ook zijn tennislessen blijft hij volgen. De selectiemiddag in Assen waarvoor hij door zijn trainster was opgegeven gaat niet door. De bond belt dat hij niet mag deelnemen omdat A nog te jong is. Niet dat A dat nou zo erg vindt, sporten is een ‘moetje’. Niettemin wordt hem natuurlijk wel het zoveelste signaal afgegeven….
Eenmaal per week volgt A een PEP-training in Deventer. Honderden guldens, uiteraard ook weer voor mijn kosten. + reiskosten Emmen-Deventer 2 x 1½ uur.
De leerplichtambtenaar en ik bezoeken de passend veronderstelde school. Het betreft een startend particulier initiatief in Noordbroek te Groningen: De Zonnedans. De ouders van een hb jongen beginnen een school met 9 leerlingen, waarvan sommigen tussen wal en schip geraakt zijn. Een enorme investering uit eigen zak. De leerplichtambtenaar heeft een gesprek met het bestuur en adviseert mij met hen in zee te gaan, A op school te doen, vast zelf te brengen en dan een vervoersregeling aan te vragen. Particulier schoolgeld zou dus via die detacheringregeling met de Mgr. B school worden geregeld. Niets bleek minder waar. De school heeft zelfs een jaar schoolgeld zonder onderwijs te leveren in eigen zak gestoken.
A is tijdens die thuiszit periode tussen de Mgr.B school en de Zonnedans in juni 2000 opnieuw getest en nu blijkt het IQ op alle punten boven de maximale score van de WISCIII te liggen. Drs. van Buuren duidt het aan met 152+. De leerplichtambtenaar vraagt mij in september aan van Buuren om een verklaring te vragen aangezien de gemeente het vervoer dreigt af te wijzen.
Oktober 2000 vindt overleg plaats tussen gemeente, Mgr. B-school, een door mij inmiddels ingehuurde advocaat en mijzelf, om de afspraken door te nemen. Het leidt tot niets.
Bij de start van nieuwe schooljaar gaat A naar de Zonnedans en vertoont raar gedrag dat ik niet thuis kan brengen. Juf denkt aan ontlading van spanningen van afgelopen jaren. Na enige tijd constateert een pedagoge die als juf invalt dat A een autistisch jongetje ´activeert´ en dan mee/nadoet. Ze legt A uit dat dit gedrag voor die jongen heel vervelend is en zelfs pijn doet. De rust keert onmiddellijk weer en A gaat keihard aan de slag. Om 6 uur ’s morgens staat hij aan mijn haar te trekken ‘Kom ik moet naar school anders komen we te laat’. Met de tong uit zijn mond doet hij zo’n 2 schooljaren in vijf maanden. De pedagoge is verbaasd over de woordgrapjes die hij begrijpt en hoe hij reflecteert op eigen handelen en gevoelens. Bijzonder voor een kind van zeven jaar. A geniet en gaat huppelend door het leven.
Ondertussen maak ik mijn 1e gang naar de rechter voor een vervoersregeling. Een vervoersregeling zoals afgesproken met de leerplichtambtenaar. Op de zitting heerst echter geheugenverlies waar de rechter gelukkig niet instinkt. Afgesproken wordt dat de gemeente laat onderzoeken of A wel naar het regulier onderwijs kan. Zo werken we aan een definitieve oplossing in 2000!!
Half december komt Drent naar de Zonnedans om een handelingsplan voor A te maken en materiaal aan te bieden. Dit alles voor mijn kosten. Dit was de afspraak met het voor particuliere begrippen spotgoedkope schooltje. Extra’s als deskundigen en speciaal materiaal waren voor eigen rekening. De gemeente ‘lift mee’ en geeft Drent haar eigen onderzoeksopdracht. Achteraf (2004) zal blijken dat de opdracht alleen was te onderzoeken of de Zonnedans geschikt was. De vraag wel of niet geschikt voor regulier onderwijs blijkt als onderzoeksopdracht niet verstrekt. De gemeente negeert hier dus de in de uitspraak van december 2000 vastgelegde afspraak.
Begin januari 2001 is de Zonnedans negatief in het nieuws. Zij heeft o.a. financiële problemen. Vier kinderen worden van school gehaald en het voortbestaan van het schooltje is in gevaar. A krijgt een ongekend intense huilbui en vraagt schokkend aan mij of hij asjeblieft mag blijven. Ik beloof het.
Zodra de gemeente het advies van Drent binnenheeft hem niet te verplaatsen biedt zij mij een schooltje in de buurt aan, De Stoeke. De Stoeke is een protestants schooltje van ong. 23 leerlingen in het dorpje Noord Klazienaveen. Het dorpje bestaat uit 2 straten en zo’n 200 inwoners. Het merendeel van de leerlingen gaat volgens de schoolgids aansluitend naar het IVBO, VMBO of MAVO. De school is opgenomen in een leesproject omdat de ‘de ouders thuis niet met de kinderen praten of lezen’ zo verklaart de juf in een interview met het Dagblad van het Noorden. Het schooltje wordt met sluiting bedreigd doordat het de ondergrens nadert van het leerlingenaantal.
Hoewel dit dus overduidelijk geen klimaat is dat ontwikkelingsgelijken kan bieden adviseert mijn advocaat hier toch op in te gaan. Weigeren zal hoe dan ook bij de rechter tegen me gebruikt worden. Je kind moet kennelijk eerst aantoonbaar de vernieling in zijn gegaan….. Die advocaat bleek en blijkt nog steeds gelijk te hebben. De juf van de Zonnedans geeft mij bovendien de overweging mee hier op in te gaan, omdat de kans dat haar schooltje nog lang zal bestaan niet groot is. De tegenwerking vanuit diverse instanties is sterk en lijkt na mijn gewonnen vervoersregeling te zijn toegenomen.
Ik probeer A zo goed mogelijk uit te leggen waarom ik mijn belofte moet breken en dat we op proef naar een schooltje in de buurt gaan kijken. Hartverscheurend kan ik u zeggen. De directrice wil A vanwege zijn leeftijd in een combinatiegroep 3-4-5 plaatsen. A werkt op dat moment in de door mij gekochte (verbredings)materialen van groep 5-6-7, zoals uit het handelingsplan van Sylvia Drent blijkt. Op advies van een huisarts moet ik er de bemiddeling van de leerplichtambtenaar bijhalen om A in de voor hem juiste groep geplaatst te krijgen. Ik mag volgens de arts beslist niet toegeven, het zou A letterlijk schizofreen kunnen maken. De Stoeke belooft begeleiding. Ik wil dat mijn advocaat dat contractueel vastlegt. Hij adviseert mij hem in dit stadium buiten de deur te houden om de relatie niet te verzieken
A gaat met gemengde gevoelens beginnen. Ziet leuke kanten; op de fiets naar school i.p.v. uren in een taxi zitten. Er is een grotere keus uit kinderen. Hij krijgt een vriendje in de buurt. De euforie duurt echter kort want hier halen we de in hb kringen befaamde 6 weken niet eens. Ik benader met medeweten van school dhr. Kuipers van GCO Fryslân. Een deskundige het dichtst in de buurt en de SABD Drenthe weet (nog) niets van hb, daar zijn de directrice en ik het over eens. Kuipers zal zijn dienst vragen of hij de begeleiding op zich mag nemen i.v.m. ‘concurrentie vervalsing’ tussen de diensten. Via de school hoor ik dat hij inderdaad vanwege concurrentie niet mag begeleiden. Op een openbaar schooltje in de buurt wordt een hb leerling uit de Pharos groep door de SABD begeleid. Laatstgenoemde heeft op haar beurt hiervoor de hulp van het CBO ingeroepen want: ‘die kennis hebben wij niet in huis’. Deze begeleiding door Drs. Hoogeveen zal nog jaren duren en wordt als zijnde het bestuur van de school dus door de gemeente betaald.
De Talent doorbladerend kom ik bij Drs. Janson van de schoolbegeleidingsdienst Gelderland terecht. Drent heeft aangegeven De Stoeke wel telefonisch bij de overdracht van de Zonnedans te willen begeleiden, doch het schooltje vindt dat niet nodig. Janson kan pas eind maart naar Emmen komen. Wederom zijn de (hoge) kosten voor mijn rekening.
In afwachting van de komst van Janson meldt zich op een zaterdagmorgen bij mij thuis een vrouw aan de deur. Zij zegt mij dat ik niet moet verwachten dat er externe begeleiding komt. “Heb daar geen hoop op. Het gaat niet gebeuren”. Mocht betrokkene dit lezen dan zou ik het zeer op prijs stellen als je contact met mij opneemt. Aangezien ik je nog nooit genoemd heb en ook hier geen naam noem lijkt me dat je anonimiteit is gegarandeerd.
De juf van de Stoeke roept mij bij zich. Ze maakt zich zorgen over A. Hij bijt zijn nagels, vingers en handpalmen tot bloedens toe stuk. Hij trekt de haren uit zijn hoofd. Hij kauwt kleding stuk. Hij gedraagt zich schichtig en tegendraads. Op een gegeven moment is hij nauwelijks nog naar school te krijgen. School geeft aan geen geld voor begeleiding te hebben. Van het gratis aanbod van Drs. Janson om te evalueren en adviezen bij te stellen is nooit gebruik gemaakt. Van zijn adviezen trouwens ook niet. Mijn van Drent gekochte verbredingsmaterialen zijn ongebruikt retour gekomen. Als zijn eigen juf ziek is en de directrice haar vervangt moet A ’s morgens letterlijk de klas ingeduwd worden. Na school zit hij als een dood vogeltje op de bank. Ik krijg er geen woord uit. Ik vraag de volgende morgen aan de directrice of er soms iets is voorgevallen. Ja, naar aanleiding van zijn gedrag die vorige ochtend heeft zij een ernstig gesprek met A gehad: ‘als je niet naar school komt haalt de politie je thuis op en moet je moeder heel veel geld betalen zodat jullie geen eten meer kunnen kopen’. Ik doe mijn uiterste best thuis mijn zoon gerust te stellen. Ik geloof niet dat ik daarin geslaagd ben. Bovendien, hoe onbetrouwbaar was ik al niet? Hij mocht toch op de Zonnedans blijven...
De enige keren dat ik hem nog echt blij zie is tijdens Pharosdagen of Webbkamp. Ik schrijf de Stoeke diverse brieven waarin ik om een handelingsplan, begeleiding en inzet van de verbredingsmaterialen vraag. Noppes. Ik benader drie deskundigen of die nog iets weten om het tij te keren. Ondertussen stel ik richting school een deadline die cc naar de gemeente gaat. Het mocht niet baten; er gebeurt niets. De gemeente antwoordt dat het onderwijs mijn eigen zaken zijn. Voor de duidelijkheid: al hetgeen ik in dit schrijven beweer wordt gestaafd met onderliggende stukken die u erbij kunt pakken door het verhaal van mijn advocaat naast dit verhaal te leggen. De parallellen in de tijd verwijzen u zo naar de juiste producties / gronden van beroep 2009. Slechts enkele onderdelen uit de producties van beroep 2003 (Delen 1 en 2) staan (nog) niet op de site.
In de tijd dat A aan verbredingsmateriaal had kunnen werken ‘mocht’ hij op de computer Rad van Fortuin spelen. Ik ken het spel niet maar waag te betwijfelen dat het een intellectuele uitdaging betreft. Het maakte de andere kinderen jaloers en bij het vertrek van de school vertelt de juf mij dat hij daarom gepest werd. Hij werd naar hun gevoel voorgetrokken, zo krijg ik te horen. Als A van school af is vertelt zij mij dat de kinderen zijn verblijf daarvoor niet prettig vonden. In datzelfde gesprek geef ik haar te kennen dat ik wilde dat zij de directrice was geweest. Waarschijnlijk was er dan wel begeleiding aan haar en A van de grond gekomen. Dat meende en meen ik oprecht. Haar goede bedoelingen en sympathie voor A waren overduidelijk. Helaas is dat niet genoeg.
In het verslag ITS 2009 –bijlage Onderwijsinspectie, kunt u lezen hoe dit schooltje eigenlijk voor niet één kind geschikt is. Zeker ook niet voor kinderen aan de onderkant die evengoed veel extra begeleiding nodig hebben. Dit valt niet onder ‘allemaal knap’, maar hoe houdt je een bevolkingsgroep dom. Ik vind het B&W Emmen aan te rekenen dat zij hier jaar in jaar uit haar zorgkinderen dumpt!!! Het mea culpa van het bestuur staat trouwens haaks op de reactie van de school in het DvhN waarin zij aangeeft boos op de inspectie te zijn en zich niet in de conclusies van laatstgenoemde te herkennen. Het schooltje is inmiddels gesloten.
Van twee huisartsen krijg ik de suggestie eens naar Internationaal Onderwijs om te zien. Uitdagender, beter, kleine klassen. En tja, is verhuizen naar Groningen geen optie? Godzijdank zitten hun kinderen daar ook. Ik benader Drent en Janson. Zij kunnen mij niet helpen want weten niets van internationaal onderwijs af. In Talent staat een uitvoerig artikel waarom het internationale MYP zo aantrekkelijk is voor hb kinderen.
Augustus 2001 gaat A naar de Internationale School Eerde te Ommen. Als schoolgeld (fl. 11.000.-) wordt zijn eigen erfenis van zijn oma ingezet. Zijn vader zorgt voor alle buitenschoolse extra’s. De overheid draagt niets bij. Deed dat al niet in 2000 en heeft dat tot september 2009 ook niet gedaan. Geen cent schoolgeld is er door het ministerie sinds A’s zevende jaar voor hem uitgegeven. Ik ben in 2001 inmiddels vele vele duizenden guldens armer voor een basisschoolleerling die feitelijk gewoon onder de leerplicht valt.
A maakt glunderend en bibberend tegelijk een nieuwe start; ‘Dit vind ik wel de leukste maar ook spannendste school die ik ooit heb gehad.’ Als ik de psychiater later vertel dat ik het zo bijzonder vind hoe hij A iedere keer weer moedig van start gaat, moet hij mij teleur stellen. Het betreft slechts de moed der wanhoop….
Vanwege de verloren voorlopige voorziening en het in te stellen beroep i.v.m. het leerling-vervoer naar Eerde benadert mijn advocaat professor Span als getuige deskundige. Die wil eventueel meewerken, mits hij A eerst uitgebreid psychologisch heeft onderzocht. Hij schrikt van wat hij aantreft; een uiterst intelligent maar getraumatiseerd kind. Hij verwijst door naar de psychiater. Er volgen ook adviezen aan Eerde. De (academisch, op hb afgestudeerd) orthopedagoge past haar handelingsplan met behulp van de Pabu aan. De praktijk valt haar vies tegen.
A maakt zich de Engelse taal snel eigen. Lezen was inmiddels een ondergeschoven kind maar hier gaat het leren lezen in levels, een term die A van computerspelletjes kent. Hij verslindt in enkele weken boekje na boekje om levels te kunnen scoren. Zijn Engels schiet omhoog. De juf roept hem een halt toe. Hij streeft de voor zeker ¾ native English speakers met lezen voorbij en mag niet meer in boekjes van een hoger level lezen. Hij moet terug naar het level waar de groep is. Met andere dingen mag hij in eigen tempo verder, doch niet met het levels scoren. En dan knapt er iets. Het lijkt alsof zijn laatste hoop vervlogen is. Hij trekt zijn kruin kaal, bijna ter grootte van een bierviltje. Met een verstard gezichtje loopt hij geknakt rond. Hij verzet zich niet meer en gaat gelaten naar school. Aan groepsactiviteiten neemt hij nauwelijks deel. Hij eet slecht. Met de buurkinderen buiten spelen doet hij niet meer. Een computerspelletje is het enige interessegebied. Hij tekent hele ‘computer’ strips en praat over niets anders.
Thuis word ik ondertussen gezegend met een bezoek van de leerplichtambtenaar die me komt vertellen dat er een klacht bij het AMK zal worden ingediend. Reden: emotionele mishandeling vanwege de vele schoolwisselingen. Dat hebben ze op het gemeentehuis besproken met die jurist die met een rechter is getrouwd. Resumerend: tegen het advies van twee door haarzelf geraadpleegde psychologen in ‘dwingt’ de gemeente mij mijn zoon te verplaatsen naar een goedkopere oplossing. Als die oplossing vervolgens ondanks mijn dure inspanningen ziekmakend blijkt en ik mijn zoon daar weghaal, dreigt de gemeente met het AMK. Welk een coulante behandeling!
Met de adviezen van de Pabu erbij knokt de orthopedagoge van Eerde om het handelingsplan met haar individuele begeleiding goed van de grond te krijgen. Het blijkt een heidense klus die bekende druppel te laten verdampen. En er is nog een emmer te gaan! Men richt zich met name op de buitenschoolse activiteiten. Weer zin krijgen in het leven moet nu prioriteit hebben. Professor Span adviseert A hier versneld naar het middelbaar onderwijs te laten gaan. Ik heb echter geen geld voor deze school. Bovendien is de aanvraag voorlopige voorziening voor het vervoer in oktober 2001 verloren en ik kan geen kant op. De advocaat heeft een vurig pleidooi gehouden, doch van alle in mijn bezit zijnde brieven e.d. is niets ingezet. Dat zal vaker bij de diverse advocaten gaan gebeuren. Om horendol van te worden.
De gemeente is in haar triomf al helemaal niet bereid het mede door haar toedoen opgeblazen detacheringplan in werking te stellen.
De spanning thuis stijgt. Als A op school gevraagd wordt of hij na de zomervakantie terugkomt kan hij slechts zijn schouders ophalen. Drie dagen voor de zomervakantie wordt hij ’s morgens met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Een grote epileptische aanval zo zal uit de diagnose blijken. Hij dacht te stikken en dood te gaan. Er zullen nog vele nachtelijke aanvallen volgen, waarbij hij steeds eenzijdig verlamd raakt. A heeft nu niet alleen zijn zelfvertrouwen en het vertrouwen in volwassenen verloren, ook zijn lichaam blijkt dus onbetrouwbaar.
Slapen doe ik inmiddels als een kat. Doordeweeks rij ik het meest zelf 224 km per dag en ben daarmee 5 uur per dag zoet met het heen en weer brengen van mijn zoon naar school. Financieel is dit een pittige aanslag die ik gelukkig middels een 3e hypotheek op mijn huis aankan. Het revalidatieprogramma waarvoor ik vanwege mijn fysieke klachten op de nominatie sta komt uiteraard te vervallen. Veel weekenden neemt zijn vader de zorg over, doet klusjes in en rond het huis, doet boodschappen, kookt eten voor een paar dagen en gaat ook als begeleider mee met Pharos weekend. Zo ontstaat gelukkig ruimte om tussendoor bij te tanken.
Er moet ook een nieuwe piano komen aangezien A de zware aanslag van onze oude piano niet meer aankan. Bij de bank kan ik niet meer terecht. Zijn erfenis –geld dat zijn oma van haar AOW’tje aan het sparen was in de hoop A ooit een vleugel te kunnen schenken- is op aan het kopen van basisonderwijs. Alsof ik niet al genoeg lasten heb gaan we er toch maar een huren. Zijn muziek kan ik hem onmogelijk afnemen. Geld voor vakanties is er door de inmiddels torenhoge lasten uiteraard niet. Gelukkig mag A met zijn oudste zus en gezin al die en komende jaren mee op zomervakantie.
Het gaat met A niet echt lekker op school. Ik twijfel of het ‘het’ wel is. De psychiater waarnaar door prof. Span in 2001 is verwezen en die inmiddels is ingeschakeld, drukt me echter op het hart A daar te laten. Zolang de school tenminste bereid is hem te laten komen. En nee, het Centrum voor Creatief leren (waarnaar deze psychiater in voorkomende gevallen ook verwijst) is volgens hem voor A niet de juiste plek. Ook zonder schoolgeld mag A nog een jaar komen.
Maart 2003 win ik het beroep en wordt de gemeente opgedragen onderzoek te doen. De vraag is of de overeengekomen begeleiding op de Stoeke reeds voorhanden was in de tijd dat A daar naar school ging. Niet zo moeilijk te beantwoorden. Drs. Janson die indertijd de school bezocht, heeft als getuige deskundige al verklaard dat het er nog niet was. Bovendien verklaren de ambtenaren tijdens de zitting dat ‘je natuurlijk niet van een school mag verwachten dat ze in vijf maanden expertise in huis hebben’. Het zal niettemin € 10.000.- advocaatkosten (via een particuliere lening) van mij vragen om de gemeente te dwingen de uitspraak van de rechter na te leven. Zelfs dan nog tevergeefs want daarover ging het beroep in november 2009. Ondanks de voor B&W Emmen vernietigende uitspraak volgt toch een hoger beroep in augustus 2010. Och, waarom ook niet als je met belastinggeld zulke diepe zakken hebt.
Hoewel ik degene ben die het beroep in maart 2003 heeft gewonnen en er dan een schadevordering van € 25.000.- ligt, worden verzoeken voor een schikking in der minne afgewezen. De gemeente kiest voor de kostbaarste weg: vervoer van € 30.000.- per jaar en een duur onderzoek. Bij gebrek aan de middelen voor schoolgeld heeft verhuizen voor mij geen zin. We hebben immers geen enkele zekerheid dat hij daar naar school kan blijven gaan.
Mei 2003 vraag ik de gemeente Emmen schriftelijk of ze een (school)oplossing weten voor mijn zoon die de internationale basisschool zal verlaten. Als antwoord wordt me middels een voorlopige voorziening een taxiregeling naar Eerde aangeboden. Zijn internationale middelbare schoolopleiding neemt daarmee een aanvang.
Geheel in tegenspraak met het proces verbaal/toezeggingen voor de rechter zet de gemeente de vervoersregeling in mei 2004 stil en vervolgens weer zomer 2005. Uiteraard roept dit iedere keer weer veel spanning in ons gezin op en kost het me bakken energie. Ik had het mijn advocaat voorspeld. Men lijkt ‘slechts’ mijn zomervakantie te willen verzieken. Hoewel de rechter ons steeds in het gelijk stelt; het moge duidelijk zijn dat je er natuurlijk wel wat voor moet doen.
Bij gebrek aan schoolgeld wordt de onzekerheid voor A of hij op deze school mag blijven er uiteraard niet minder om. Die onzekerheid op haar beurt doet hem natuurlijk geen goed. Het zogenaamde oplossingsgerichte gesprek van april 2002 stelde al niets voor, het financieel dure vervoersaanbod van augustus 2003 is in feite als definitieve oplossing uiterst armzalig. Als verhuizen naar Ommen dus niet kan helpen dan moeten we maar gewoon helemaal weg uit Drenthe. Een oplossing die door de betrokken hb deskundigen sowieso aangeraden werd.
Januari 2004 gaan we naar de open dag van het Stedelijk in Nijmegen. Het Stedelijk Nijmegen is op dat moment volgens zeggen de enige middelbare school in Nederland met een uitgekiend programma voor onderpresterende hb‘ers. Ik veronderstel dat de omschakeling naar het Nederlands weer genoeg uitdaging biedt zodat A een jaar kan inleveren en gewoon in de brugklas begint. Ik speel open kaart over de schoolgeschiedenis van A. De school wil toelating laten afhangen van advies van dr. Peters van het CBO. Die kent de school goed en moet beoordelen of het een match kan zijn.
Op 6 februari 2004 vraag ik dr. Peters die vraag te onderzoeken. Januari had ik bericht van hem ontvangen dat hij geen opdracht van de gemeente had. Ik meen dat wij een akkoord hebben en stuur 11 februari de gevraagde gegevens naar het CBO. 18 februari vind ik op mijn voicemail een bericht van Peters dat hij de opdracht TERUGgeeft omdat de gemeente hem heeft benaderd met de vraag stand-by te blijven i.v.m. haar opdracht. Is dat in het belang van A? Hier moet ik even een klein uitstapje maken naar het juridische verhaal van de advocaten. April 2004 wordt de vervoersregeling stopgezet omdat ik niet zou meewerken aan onderzoek door het CBO. Bij bestudering van het dossier in maart op het gemeentehuis (met een getuige) tref ik een brief aan van Peters dat hij een door moeder gevraagd onderzoek heeft moeten AFhouden i.v.m. de vraag van de gemeente. Het CBO verdraait dus de gang van zaken richting de gemeente. De gemeente vertoont hetzelfde gedrag richting de rechtbank. Na enig aandringen krijg ik van het CBO de door mij gestuurde stukken ongeopend retour.
Met deze kennis start Mr. Brussee een verzoek voorlopige voorziening waarbij we er -gezien de gang van zaken- op aandringen dat vastgelegd wordt dat het onderzoek via de regels van de NIP-code zal verlopen.
Ook zonder CBO mag A in juni toch een week komen proefdraaien in Nijmegen. Wederzijds blijkt dit geen oplossing te zijn. Eerde heeft voor mijn vertrek richting Nijmegen beloofd dat A een beurs kan krijgen. Bij terugkomst blijkt die beurs aan een ander vergeven te zijn. De commissie dacht dat A het niet zo nodig had; met zo’n intellect kom je er wel………
Die onzekerheid en stress zijn erg bevorderlijk voor epilepsie en de psychiater vindt dat er eindelijk duidelijkheid in A’s bestaan moet komen. Deze ongein duurt sinds begin 2000! Een persoonsgebonden budget zou daar voor kunnen zorgen. Jeugdzorg (het indicatieorgaan) wil er aanvankelijk niet in meegaan. Zij acht de gemeente verantwoordelijk voor de toestand van A en vindt dan ook dat zij voor de kosten moet opdraaien. In een hoorzitting schets ik dit voorbeeld: ‘Een kind wordt aangereden door een auto waarop met grote letters ’gemeente Emmen’ staat geschreven. De bestuurder rijdt door. Het kind ondertussen ligt dood te bloeden. Jeugdzorg komt langszij en weigert een bloedtransfusie toe te dienen, want wacht tot we de dader te pakken hebben?’ Er volgt overleg tussen het Riagg en het medisch adviserend team van Jeugdzorg. Sindsdien heeft A een pgb en krijgt hij weer begeleiding. Hoewel hij de voorgaande jaren wel de lessen mocht volgen, was de door Eerde extern ingekochte individuele begeleiding logischerwijs voor A wel stopgezet.
A krijgt oktober/november 2004 zekerheid dat hij op Eerde mag blijven. Waar niemand van ons nog rekening mee hield gebeurt. Op slag. Letterlijk een oogwenk. School is leuk, Eerde is leuk, leren is leuk. Er vindt een geweldige ommekeer in zijn gedrag plaats. Voor het eerst gaat hij écht deelnemen aan de groepsactiviteiten. Hij toont weer interesse in medeleerlingen. Hij doet zijn best en de docenten raken erg op hem gesteld. Kennelijk had hij zich zo ingedekt tegen teleurstelling dat A helemaal niet meer van plan was nog een keer zijn hoofd te stoten. Wat een verloren jaren! Wat een aanslag op zijn/onze gezondheid. Binnen een half jaar is A zonder medicijnen vrij van epileptische aanvallen.
Hoewel ook nu er dus nog steeds geen schoolgeld wordt betaald, vindt de directeur van Eerde dat ‘dat joch’ genoeg geleden heeft en A krijgt weer persoonlijke begeleiding. Ook op Eerde is het helaas niet alles vlekkeloos verlopen. Zo had de orthopedagoge in 2002 extra ‘expertise’ in huis gehaald. Het schoolhoofd belt me het gegeven advies door; of ik me daar in kan vinden. Het advies bevreemd me zo dat ik meen te moeten bellen om die externe expert er op te wijzen dat er al een heel dossier over deze jongen bestaat. Dat wil ik wel ter beschikking stellen. Waar ik me mee bemoei, de school is klant en er wordt opgehangen, mij wat verbaasd naar de telefoon kijkend achterlatend. Zijn therapeut schrijft een contra-advies dat ik doorstuur naar de Raad van Bestuur. Gelukkig wordt het contact met deze expert onmiddellijk verbroken. In 2009 vraag ik mezelf af of ik daarmee de school geen erg goede dienst heb bewezen. Uiteindelijk krijgt A een personal coach die zelf hb kinderen heeft en de ECHA opleiding volgt.
A’s resultaten zijn wisselend en hangen af van de sympathie voor een docent. Zo wil A afwisselend chemicus, econoom, natuurkundige, astronaut en filosoof worden. De interesse en daarmee het resultaat staat of valt met de docent. Bovendien brengt het internationaal onderwijs ook met zich mee dat er veel wisselingen plaatsvinden. Voor iemand die een stabiele situatie nodig heeft eigenlijk niet het meest ideale, maar ja, nog steeds het best haalbare.
Maar hoe dan ook hij redt het. De school is inmiddels overgegaan op IGCSE en hij haalt zijn examen. A vindt het wel mooi zo en wil afhaken. Hij is erg ontevreden met zichzelf. Niet gek voor een puber, doch dit is wel een puber met een voorgeschiedenis.
Door toeval m.b.t. het juridische gebeuren komen we in aanraking met professor Mooij. Alvorens hij de opdracht voor het juridische gedeelte eventueel zal aanvaarden wil hij eerst kennis maken met ons. Mooij vindt het allemaal niet zo fraai wat hij aantreft en neemt het roer over.
Sindsdien hebben we onze eigen badmeester. Allereerst wordt A ‘aan de haak geslagen’ en ferm naar de kant gedirigeerd. Zo, en nu eerst leren ademhalen en de schoolslag correct uitvoeren alvorens je weer het water in gaat. Duiken komt later wel.
Het heeft wat gekost maar dan heb je ook wat. A heeft een nieuwe start gemaakt. A heeft weer zin in het leven. Welk compliment is leuker dan dat de directeur van het internaat zegt ‘zo zou ik er wel dertig willen’. A gaat het redden. Dank zij heel veel mensen, en ondanks alle tegenwerking van burgemeester en wethouders van Emmen.
Lieve zoon, kerel ik hou van je! Ik hoop dat jij met jouw karakter en intelligentie een zinvolle bijdrage voor een betere wereld kan en wil leveren.
Ik ben ook heel trots op je. Trots dat je buiten de box durft te denken en handelen. Dat je de moed hebt getoond mensen de vraag voor te leggen waarom het idioot zou zijn het fenomeen Crop Circles te onderzoeken, terwijl zij er zo zeker van zijn te weten wat hun God verlangt en zegt en doet.
Ik ben blij dat je de huivering hebt overwonnen voor het oordeel van anderen.
Het spijt me dat ik je niet voor alle voorgaande shit heb weten te behoeden.
Assunta.
There are only two lasting bequests we can hope to give our children. One of these is roots, the other, wings. Hodding Carter